Wereldwijd werken zo’n 1.800 professoren en postdoctorale onderzoekers aan het onderzoek naar de Einstein Telescope. Uit verschillende onderzoekscentra blijkt dat zowel mechanische als elektromagnetische ruis van pompen de grootste zorgen baren. ‘Elke pomp introduceert ruis die storingen kan veroorzaken in een extreem gevoelige telescoop.’
Geruisloze pompen
De zoektocht naar geruisloos werkende pompen omvat ook kijken naar systemen waarin stromingen volledig laminair verlopen, of die gebruikmaken van superfluids.
“We meten signalen tot 10E-24 maar bij tunnels van 10 kilometer lang is de gevoeligheid van de meetapparaten in de grootteorde van 10E-20. We moeten verstoringen vermijden tot op een niveau van 10E-20”, benadrukt Jürgen Van Gorp van ET Vlaanderen. “Tijdens metingen wordt alles stilgelegd en mag er niemand in de tunnels aanwezig zijn. Als een van de pompen blijft draaien en trillingen veroorzaakt, kan dat al te veel ruis geven of worden geïnterpreteerd als een zwaartekrachtsgolf.”
Elektromagnetische storingen
Naast mechanische trillingen vormen ook elektromagnetische storingen een risico. Veel onderdelen van de Einstein Telescope werken met spoelen, zogenaamde voice coils. Elektromagnetische interferentie van een pomp kan daar rechtstreeks invloed op hebben. Daarom wordt elk systeem uitgebreid getest en gemonitord met gespecialiseerde detectoren.

copyright: Jürgen van Gorp)
Naast stilte is energie-efficiëntie een absolute vereiste. De Einstein Telescope moet een groen project worden en fungeren als demonstratiemodel voor duurzaam energieverbruik. Dus energieneutraal en zonder fossiele brandstoffen.
Naar schatting vormen de cryogene systemen en bijbehorende pompen de grote energieverbruikers. Ter vergelijking: de lasers verbruiken ongeveer één kilowatt (per stuk), terwijl de koeling aanzienlijk meer energie vraagt.
Centrale monitoring
En natuurlijk spelen onderhoud en betrouwbaarheid een cruciale rol. “We bouwen in tunnels dus alles wat daar gebeurt op het gebied van luchtverversing en onderhoud moet uiterst betrouwbaar en goed toegankelijk zijn” aldus Van Gorp. “De enorme vacuümbuizen in de tunnels worden slechts gescheiden door een smal gangpad van tien kilometer lang. Daar wil je niet regelmatig pomponderhoud hoeven plegen.”
Als alle installaties eind dit jaar klaar zijn, worden ze mogelijk centraal aangestuurd en continu gemonitord. Want tijdens de werking van de Einstein Telescope mag er niemand meer ondergronds aanwezig zijn.
Het hele verhaal lees je in PompNL nr. 2 2026 die volgende week verschijnt.






