Nieuws

Delta21 plan krijgt supergemaal

Delta21 plan krijgt supergemaal

Om het gebied rond Dordrecht te beschermen tegen wateroverlast, ontwikkelden Huub Lavooij en Leen Berke het Delta21 plan. Een meer met een inhoud van 400 miljoen kuub dient als buffer en fungeert tevens als opslag voor overproductie van wind- en zonne-energie. Pentair rekende de benodigde pompen en turbines door.

Delta21 plan

De Deltawerken voldeden tot nu toe naar behoren om Nederland te beschermen tegen het water tijdens noodweer. Zelfs in combinatie met springvloed. Voorspellingen geven aan dat de extremen in ons weer zullen toenemen: meer regen en storm die langer duren en intensiever zijn. Deze gegevens in combinatie met de verwachte stijging van de zeespiegel kunnen in de toekomst leiden tot nieuwe problemen waar de Deltawerken niet meer volstaan.

Bedenkers

Ir. Huub Lavooij en partner Leen Berke bedachten een plan om een opslagbekken met een oppervlakte van ongeveer 20 km2 en een inhoud van circa 400 miljoen m3 aan te leggen. Ideale locatie: voor de kust van de Tweede Maasvlakte ten westen van het Haringvliet. Tussen dit zogeheten Energieopslagmeer en het vasteland bevindt zich het Getijdemeer dat aan de ene kant in directe verbinding staat met het Haringvliet en aan de andere kant via een open getijcentrale uitkomt in de Noordzee. Het waterpeil in het Energieopslagmeer kent een hoogteverschil van maximaal 17,5 m bij een gemiddelde waterval van 14 m.

20 MW per pomp

Voor het leegpompen van het meer in de Noordzee en het volpompen ervan vanuit het Getijdemeer zijn 93 pompen gepland met elk een vermogen van 20 MW. Deze komen te staan in caissons met een totale lengte van 600 meter aan de zuidzijde van het Energieopslagmeer. Zo ontstaat een serieus ‘supergemaal’ waarmee het meer in twaalf uur is leeg te pompen. Daarnaast kunnen ze dienen voor het stuwen van het waterpeil in de rivieren bij juist lage rivierafvoeren.

Lavooij: “Bijzonder is verder dat de pompen ook zijn in te zetten als turbine. Daarmee kan het Energieopslagmeer ook dienen om een overschot aan energie op te slaan van de nabijgelegen windturbines. Bij een tekort aan energie stroomt het water weer terug langs de pompen die op dat moment als turbines gaan werken. Dat vormt dan een aanvulling op de hoeveelheid elektrische energie die de veertig getijdeturbines aan de zuidkant van het getijdemeer al produceren. Zij wekken met elk een capaciteit van 1,5 MW tot 60 MW aan energie op. Het gezamenlijke vermogen is vergelijkbaar met twee grote kolencentrales.”

Meer lezen? U vindt het hele verhaal in PompNL nr. 1 van 2019.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.