Return on Innovation: de metric die bepaalt wie de komende jaren overleeft

Bekijk volledige foto

Mooi hè, zat ik zo maar met allemaal ‘jeugd’ aan tafel. Na de Rotterdam Processing Week spraken we met Easyfairs nog een soort van wrapup-podcast af. Want zoals Patrick de Bondt van de beursorganisator het verwoordt: “Ik zag een sector die voelbaar in beweging is maar nog zoekt naar de volgende versnelling.” Daar wilde we nog wel meer van weten.

Drie beurzen met één vraag

In de nieuwste aflevering van de Processing Podcast blikken drie spelers terug én vooruit. Naast Patrick de Bondt van Easyfairs Nederland schoven aan Lisanne van Oosterhoud, projectcoördinator bij Next Tech Food Factories en Guido Monchen, applicatieengineer bij Batenburg Bellt.

Patrick noemt Rotterdam Processing Week geen klassieke, ‘generalistische’ beurs maar drie nichebeurzen in één hal: Solids, Pumps & Valves en M+R. Hij zag vooral een mooie overlap tussen bezoekers. Patrick de Bondt: “Die overlap onderstreept waar de sector zich mee bezighoudt: integrale vraagstukken, niet losse componenten. Digitalisering, verduurzaming en arbeidsmarktkrapte lopen dwars door alle segmenten heen.”

De wil om te automatiseren proef je overal maar kennis waar te starten en aan te kloppen voor ondersteuning mist.

Guido Monchen onderschrijft dit vanuit de praktijk. “Je ziet dat bedrijven al heel veel data verzamelen maar dat ze er eigenlijk nog niet heel veel mee doen,” legt hij uit. “Heel veel interacties van operators worden gelogd, zitten allemaal in systemen. Maar als je vraagt wat gebeurt ermee, blijft het vaak stil en luidt het antwoord weinig.”

Return On Innovation

Lisanne van Oosterhoud werkt dagelijks met foodproducenten aan innovatieprojecten rond robotisering, digitalisering en automatisering. Zij ziet dat bedrijven vastlopen op één cruciale vraag: wat levert het concreet op?

“Vaak ontbreekt een duidelijke ROI. We noemen het wel eens de ‘return on innovation’, niet de ‘return on investment’. Wat krijg je met je innovatie terug? Dat moet je echt meetbaar kunnen maken. En dat is vaak nog een uitdaging”, ziet ze.

Daar zit een belangrijk psychologisch breekpunt voor de zogenoemde middenmoot. De bedrijven die niet vooroplopen maar ook niet stil willen blijven staan. Zij zoeken inspiratie in concrete voorbeelden en harde effecten.

Volgens Van Oosterhoud is sociale innovatie minstens zo belangrijk als technologische innovatie. Begrip voor elkaars risico’s en businessmodel is een randvoorwaarde om stappen te zetten. “De partij waar de implementatie plaatsvindt, draagt uiteindelijk het grootste risico. Dat moet je als consortium herkennen en serieus nemen.”

Eerst de data op orde

AI en digital twins zijn op dit moment de buzzwords in de industrie. Maar aan tafel relativeren de drie scherp. “AI kan niks als je geen goede data hebt”, stelt Van Oosterhoud. “Ga eerst met die eerste stap aan de slag. Niet meteen naar digital twins of geavanceerde AI grijpen. Tenzij je je al verder bevindt op innovatievlak maar dat zijn er niet zo heel veel.”

Monchen sluit daarbij aan. Hij ziet in de praktijk dat veel winst nog zonder high-end algoritmes te halen is. “Je hoeft echt niet naar een volledig AI-gestuurde fabriek om winst eruit te halen”, zegt hij. “Door alleen al je proces inzichtelijk te maken en bijvoorbeeld te kijken waar het meeste tijd verloren gaat, kun je al forse stappen zetten. Dat kan vaak al zonder AI.”

Zijn advies luidt expliciet: begin klein, kies een bottleneck, maak de data inzichtelijk en leer daarvan. Niet als los project maar als opmaat naar een roadmap met vervolgstappen.

Kennis vangen en werk leuker maken

Bij digitalisering en robotisering denken mensen nog te vaak aan banenverlies. De praktijkvoorbeelden in de podcast laten een ander beeld zien.

Van Oosterhoud vertelt over een bakkerij waar een robot zwaardere tilwerkzaamheden overnam. “In eerste instantie was de terughoudendheid groot. Uiteindelijk kreeg de gele robot de naam Tweety en werd hij onderdeel van de werknemerspool. De bakkers hoefden het zware werk niet meer te doen en konden zich focussen op de receptuur en het brood. Dat maakte het werk leuker.”

Monchen ziet dezelfde ontwikkeling binnen data-intelligence. Chatbot-achtige interfaces bovenop technische databases ontlasten engineers van repeterende vragen. “Zo’n interface is super nuttig om snel informatie uit systemen te halen. Het ontlast mensen van routineklusjes, zodat ze zich kunnen richten op verbeteringen.”

De onzichtbare reus van Europa

Lisanne wil graag de voedselverwerkende industrie nog even naar voren halen want die krijgt nauwelijks de erkenning die past bij haar omvang en maatschappelijke belang.

“De voedselverwerkende industrie is nog steeds de grootste industriële sector van Europa en Nederland”, benadrukt ze. “Maar er wordt heel weinig over gesproken. De agrarische sector en de consument krijgen veel aandacht maar de schakel ertussen, de productie blijft onderbelicht.”

Daarmee mist de sector zichtbaarheid richting politiek, maatschappij én jonge talenten. Terwijl juist in de food veel innovatiekracht schuilgaat: van fotonica en sensoren tot slimme robotica en geavanceerde grippers.

Talent aantrekken met echte innovatie

De toekomstige versnelling hangt direct samen met een andere vraag: wie gaat al die innovaties realiseren en onderhouden? Op de beursdagen zag Patrick meer studenten dan eerdere edities en dat stemt positief. “Je zult er iets mee moeten. Studenten zijn geen ‘pennenjagers. Als je ze in die categorie stopt, doe je ze tekort.”

Monchen ziet in zijn werk met universiteiten een generatie die vooral gedreven wordt door impact en duurzaamheid. “Ze willen aan echte problemen werken. Laadpleinen voor bussen, elektrificatie van vrachtwagens, optimalisatie van processen. Als ze zien dat hun algoritmes daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast, geeft dat enorme energie.”

Dus de boodschap aan bedrijven: wie jong talent wil aantrekken, moet innovatie zichtbaar maken. Geen lege slogans maar tastbare projecten, praktijkcases en ruimte om te experimenteren.

Samenwerking als voorwaarde

Wat in de eerste aflevering van de podcast met, Machevo-voorzitter Perry Verberne al ter sprake kwam, keert hier terug als eindpunt. Samenwerking is geen nice-to-have maar een systeemvoorwaarde, een must have dus.

“Innovatie doe je nooit alleen”, beaamt ook Van Oosterhoud. “Je moet weten wie wat doet, elkaars business begrijpen en respecteren. Nederland is daarin nog best versnipperd. Er kan veel meer in samenwerking tussen organisaties die er juist voor zijn om het bedrijfsleven te helpen.”

De Bondt ziet in Rotterdam Processing Week precies die rol: een plek waar ketens zichtbaar worden en waar partijen elkaar vinden. “Er is geen plek in het jaar waar je in één dag zoveel mensen uit jouw sector kunt spreken. Dat is de kracht van live events.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Met PompNL Digitaal lees je onze beste artikelen over belangrijke ontwikkelingen over pompsystemen, procesoptimalisaties en hun toepassing. Digitaal artikelen zijn alleen toegankelijk voor abonnees van PompNL. Neem nu een abonnement voor maar 5,66 per maand!